Job mismatch: vanuit het perspectief van een startende arbeidspsycholoog

Speciaal voor starters en bedrijven met potentie, organisatieadvies over hoe om te gaan met onzekere starters:

foto-23

via Job mismatch: vanuit het perspectief van een startende arbeidspsycholoog

Werken voor winst of juist niet? Zorg in ieder geval dat je goed bij de organisatie past!

Over de invloed op motivatie en bevlogenheid

In welke sector werk je en hoe gemotiveerd ga je naar je werk? Mijn masteronderzoek suggereert dat de publieke en non-profit sector autonomer gemotiveerd zijn dan de for-profit sector. Autonome motivatie is het gemotiveerd zijn vanuit jezelf, omdat je werk past bij jouw waarden en/of omdat je plezier hebt in de taken die je doet. Daar tegenover staat gecontroleerde motivatie, waarbij je naar je werk gaat omdat je je salaris belangrijk vindt of omdat het goed is voor je reputatie. Misschien herken je je direct al in één van de motivatievormen. Waarom zou je als werknemer eigenlijk autonoom gemotiveerd willen zijn?

Het belang van autonome motivatie

Autonome motivatie heeft volgens eerder onderzoek allerlei positieve effecten. Je gaat er beter door presteren op je werk, raakt meer bevlogen en krijgt meer doorzettingsvermogen. Een autonome motivatie op andere gebieden heeft ook een positieve invloed: zo kan het je school- en sportprestaties verbeteren, je tot betere ouder maken en je helpen bij het ontwikkelen van hechte relaties.

Match tussen persoon en organisatie

Mijn studie laat dus zien dat werknemers in de publieke en non-profit sector autonomer gemotiveerd zijn dan werknemers in de for-profit sector, maar waardoor ontstaat dat verschil? De reden die door andere onderzoekers vaak wordt gegeven is dat mensen die kiezen voor een baan in de publieke en non-profit sector dat doen omdat ze gemotiveerd zijn voor de missie van desbetreffende organisatie, terwijl het bij een keuze voor een baan in de for-profit sector vaker voorkomt dat mensen gemotiveerd worden door factoren zoals salaris. Waar een publieke of non-profit medewerker eerder gedreven lijkt door het vervullen van zijn/haar waarden door te werken aan de missie van de organisatie, lijkt een for-profit medewerker minder nadruk te leggen op de waardenovereenkomst tussen hem- of haarzelf en de organisatie. Deze persoon-organisatie (PO) fit, de mate waarin jouw waarden overeenkomen met die van je organisatie, is nog niet eerder onderzocht als mogelijke verklaring voor het verschil in autonome motivatie tussen de sectoren. Dat publieke en non-profit organisaties hun (eventuele) winst volledig kunnen investeren in hun missie geeft ze een voordeel tegenover for-profit organisaties. Hierdoor krijgt de missie waarschijnlijk een dominantere plek in publieke en non-profit organisaties waardoor organisatiewaarden ook duidelijker worden. Deze duidelijkheid maakt het voor (potentiële) medewerkers makkelijker om te zien of zij qua waarden goed bij de organisatie passen en zal mensen met een goede PO-fit aantrekken en mensen met een slechte PO-fit afstoten.

Om de relatie tussen werksector en autonome motivatie te kunnen verklaren, moet PO-fit niet alleen samenhangen met werksector maar ook met autonome motivatie. Dat PO-fit samengaat met een hogere autonome motivatie is niet eerder aangetoond, maar wel liet eerder onderzoek zien dat PO-fit samengaat met meer autonomie, competentie en verbondenheid. Deze psychologische basisbehoeften zijn deel van een in de psychologie bekende motivatietheorie (self-determination theory) en vervulling van deze behoeften zorgt voor het autonomer worden van motivatie.

Toch bleek uit dit onderzoek dat, hoewel de PO-fit in de for-profit sector gemiddeld iets lager was, dit niet significant verschilde met de publieke en non-profit sector. Hoe goed je qua waarden matcht met je organisatie verklaart dus niet het verschil in autonome motivatie tussen sectoren. Wel bleek een goede PO-fit samen te gaan met een hogere autonome motivatie en met meer bevlogenheid. Om met energie en zin naar je werk te gaan is het dus belangrijk dat jouw waarden stroken met die van de organisatie waar je werkt!

Bevlogenheid

Bevlogenheid is een positieve, bevredigende mentaliteit op het werk en wordt door veel wetenschappers gezien als de tegenhanger van burn-out. Wanneer je bevlogen bent, bruis je van energie en steek je graag moeite in je werk. Je voelt je betekenisvol, enthousiast, geïnspireerd en uitgedaagd. Daarbij ga je op een plezierige manier op in je werk en gaat je werkdag voor je gevoel snel voorbij.

In aansluiting op eerdere studies blijkt uit mijn onderzoek dat autonome motivatie de bevlogenheid verhoogt. Autonoom gemotiveerde werknemers zijn dus vaak meer bevlogen! Zoals eerder gezegd gaat een goede PO-fit ook samen met meer bevlogenheid. Deze relatie werd echter verklaard door autonome motivatie: wanneer je waarden goed passen bij de organisatie waar je werkt, raak je autonomer gemotiveerd en daardoor ook meer bevlogen.

Uitputting

In tegenstelling tot bevlogenheid omvat uitputting kernsymptomen van burn-out, waarbij je je “leeg” voelt en doodmoe. Het is opvallend, maar ondanks dat eerdere onderzoeken wel lieten zien dat zowel PO-fit als autonome motivatie uitputting verminderden, is er in deze studie geen verband gevonden tussen deze variabelen. Een mogelijke verklaring is dat ik een ander meetinstrument heb gebruikt dan veel eerdere onderzoeken. Daarmee wordt niet alleen emotionele uitputting, maar ook fysieke en cognitieve uitputting gemeten. Wel bleken minder uitgeputte werknemers meer bevlogen te zijn en andersom.

Hoe kun je autonome motivatie en bevlogenheid verhogen?

Ondanks dat de verklaring voor het verschil in autonome motivatie tussen sectoren nog steeds niet gevonden is, is een belangrijke bevinding van deze studie dat PO-fit de autonome motivatie verhoogt waardoor ook bevlogenheid toeneemt. Een andere manier om autonome motivatie te verhogen is door het vervullen van de psychologische basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid.

Tips voor werknemers:

  • Ga eens na wat voor jou belangrijke waarden zijn. Match je daarin met de organisatie waar je werkt? Zo niet:
    • Bespreek met je leidinggevende en/of collega’s of er dingen in de organisatiewaarden te veranderen zijn
    • Denk erover na om te switchen naar een baan die beter overeenkomt met jouw waarden (of niet denken, maar doen ;))
  • Elk mens heeft het nodig: je autonoom, competent en verbonden voelen
    • Als je te weinig autonomie (zelfsturen van gedrag) ervaart: vraag je leidinggevende en/of teamleden om een taak of project zelf te mogen uitvoeren
    • Als je te weinig competentie (vaardig/effectief voelen) ervaart: ga een voor je werk relevante cursus doen of vraag een ervaren collega je te helpen met een taak die je nog moeilijk vindt
    • Als je te weinig verbondenheid met je collega’s ervaart: stel een leuke activiteit voor. Het kan zo simpel zijn als een wandeling tijdens de lunchpauze, een vrimibo of een pubquiz; leer elkaar beter kennen!

Tips voor werkgevers:

  • Organisatiewaarden kunnen niet duidelijk genoeg zijn: zorg dat ze op de website staan, dat ze aan bod komen tijdens sollicitatiegesprekken en dat ze worden nageleefd in de organisatie. Wanneer de organisatiewaarden nog niet duidelijk zijn of verschuiven: ga samen met je medewerkers na welke waarden zij van belang vinden en stel ze samen op
  • Let er op dat je medewerkers zich voldoende autonoom, competent en verbonden voelen, bijvoorbeeld door:
    • Voor meer autonomie: maak teams zelfsturend en laat ze (eventueel in een door jou geschetst kader) zelf hun jaarplan met doelen opstellen met een eigen taakverdeling
    • Voor meer competentie: stel ervaren medewerkers aan als coach zodat nieuwe medewerkers van hen kunnen leren. De aangestelde coaches leren daar zelf ook van. Organiseer cursusdagen met een voor de medewerkers relevant thema.
    • Voor meer verbondenheid: regel een teambuildingsdag, stel een leuke traditie in passend bij de organisatie (of gewoon een vrimibo) en/of regel een activiteitencommissie die elke maand iets organiseert

Conclusie

Mijn masteronderzoek toont aan dat werknemers in de publieke en non-profit sector autonomer gemotiveerd zijn dan werknemers in de for-profit sector. Naast werksector maakt PO-fit je ook autonomer gemotiveerd; dus zorg ervoor dat jouw waarden goed aansluiten bij die van je organisatie! Wanneer je autonoom gemotiveerd bent, raak je namelijk ook meer bevlogen en ga je dus vol energie en enthousiasme naar je werk.

A 24-7 Ibiza story

cropped-ibiza-78.jpeg(For English, see below)

Waarom ga ik niet ‘gewoon’ hongerige kindjes in Afrika helpen? Schoot het nog even door m’n hoofd voordat ik naar Ibiza vertrok. M’n huisgenootje vertelde nog over een discussie onder een Youtubefilmpje van een christelijke versie van het veelbesproken lied ‘Kind van de duivel’, wat ‘Volgeling van Jezus’ werd. Een paar happy christenen die daar positief op reageerden, maar ook veel kritiek en de vraag “Oh, komen die christenen dan ook naar metal concerten, want dat is ook nog wel eens duivels.” Ja hoor, dat doen ze. Dan komen ze met zo’n busje en delen ze gratis koffie en thee uit. Toen dat ook weer belachelijk werd gemaakt dacht ik echt: Jemig, wat ga ik eigenlijk doen in Ibiza? Die partypeople daar hebben echt geen zin in een paar goed bedoelende christenen die hun feestje komen verstoren. Eten geven aan hongerige Afrikaanse kindjes of vluchtelingen helpen lijkt me dan een stuk nodiger. Maar goed, ik had me al opgegeven voor het short term team bij 24-7 Ibiza. En ik was nieuwsgierig geworden door het enthousiasme van m’n commissiegenootje van N.S.U. (studentenvereniging), die afgelopen jaar in Ibiza was geweest.

~

De dag na aankomst op het eiland maakten we kennis met de longtermers (die 2-4 maanden werken voor 24-7 Ibiza) en de mensen die hier permanent, minimaal 3 jaar, zitten. Leuke mensen. Tijdens de ellenlange introductie kwam ook het puntje ‘relatie’ aan bod. Het gaat hier dus om God dienen, niet om een partner zoeken. En als je al een relatie hebt… Gijs en ik keken semi-verontschuldigend naar het team “Sorry, guys…” Ze wisten het al; als we ons vooral op het team richtten was het oké. Toen we de tweede week terugkwamen van ons eerste uurtje samen op straat was een van de eerste dingen die Gijs vol trots terugbracht naar de prayer room: “And we didn’t even kiss!” Netjes de regels gevolgd dus.

~

Terug naar de eerste nacht. 24-7 Ibiza zit hier al 16 jaar en dat merk je. Zomaar een begroeting met twee kussen of een vriendelijke blik van de workers was heel normaal. Zo overbodig zijn we hier helemaal niet blijkbaar. Ondanks de opbouwende en relaxte sfeer bij 24-7 had ik de eerste nachten toch het idee dat ik moest presteren. Ik ben gewend aan duidelijke taken met een doel, dus het duurde even voordat ik niet alleen wist maar ook doorhad dat ‘Gods liefde doorgeven’ niet ging om zoveel mogelijk over God praten, Bijbels uitdelen of voor mensen bidden. Het kon net zo goed een glimlach zijn of een dansje op straat. Een flesje water geven aan iemand die wat te veel op had. Toen die druk weg was ging ik meer genieten van wat we daar deden. De afwisseling van een uurtje prayer room en een uurtje op straat, het ‘breathe in, breathe out’ principe, ging ik ook meer waarderen. Als we de straat op gingen werden we ingedeeld in koppels. De eerste week werden we meestal gekoppeld aan een longtermer, de tweede week ook met mensen van ons eigen team. De andere helft bleef in het centre om te bidden en ging het uur erna de straat op. Heel leuk om steeds weer met iemand anders op The West End, de partystraat in San Antonio, te lopen. De ene kon het binnen een minuut heel casual maar wel eerlijk over God hebben met een ongelovige toerist en vet ontspannen voor diegene bidden. De ander gaf vooral een dikke knuffel aan de vaak vermoeide workers en maakte grapjes en praatjes met ze. Het ene was niet beter dan het andere. Het ging om God vertrouwen en vreugde of troost brengen, of whatever je dacht dat de persoon die je tegenkwam nodig had. Met het bidden tussendoor had je weer door waarvoor je het deed en voor wie.

~

De eerste keer dat ik een jongen tegenkwam die veel te veel drugs had gehad, was ik echt geïrriteerd. We wilden ‘m naar huis brengen, maar hij was veel te druk met iedereen op straat omver lopen om daar gehoor aan te geven. Toen ‘ie me ging knuffelen en op een gegeven moment in m’n nek begon te kussen duwde ik ‘m meteen weg. Blij dat ik samen met iemand van het long term team was die een extra man erbij haalde en mij terugstuurde naar het centre van 24-7. Maar ik vond het ook stom dat ik die jongen zo irritant had gevonden en dat ik op dat moment niks voor hem had kunnen doen. Dat was wel het chille van de prayer room. Dat je even je ervaringen kon delen voordat je weer samen ging bidden. Een teammaatje zei dat het niet zo raar was dat je je af en toe stoort aan dom gedrag en een ander zei dat ‘er zijn’ en bidden voor die jongen ook gewoon nodig was. Soms zie je geen resultaat en krijg je geen waardering. En soms heb je het gevoel dat je geen verschil maakt op The West End. Maar elke nacht waren er weer dingen waar God duidelijk doorheen werkte. De openheid van mensen op straat over dingen waarin ze gekwetst waren en vaak gebed voor wilden. Een dronken Franse jongen naar de taxi helpen met m’n Nederlandse teammaatje die vloeiend Frans bleek te spreken. Net één stap buiten het centre zetten en een wanhopig verdwaald meisje tegenkomen die de hele avond om hulp had gebeden. Ik heb me verbaasd over Gods timing. Natuurlijk waren er ook nachten dat je zelf niet zo veel bijzonders meemaakte. Maar het mooie was dat het niet ging om het bijzonderste verhaal. Het werd gedeeld met de groep en we waren God er dankbaar voor. Jezelf een schouderklopje geven was niet het idee. Behalve toen Gijs en ik een uur samen op straat hadden gewerkt zonder te kussen. Grapje.

~

Wat ik het meest heb geleerd van 24-7 Ibiza is bidden en vertrouwen. En dat Gods liefde niet bestaat uit vaste taken, maar op duizenden manieren kan worden geuit. Ik heb geleerd te bidden voor alles wat ik zie gebeuren op straat, voor de pijnlijke of mooie verhalen die mensen me hebben verteld, voor wijsheid. En ik heb geleerd te vertrouwen dat God door ons heen werkt en dat Hij de mensen die we daar ontmoeten niet verlaat als we ze niet meer spreken. Ik heb echt genoten van het team en van de mensen van 24-7 die langer in Ibiza blijven. Van hun passie voor het eiland en de liefde voor de workers, de bewoners en de toeristen. Ik ben geïnspireerd geraakt door hun vertrouwen op God en dat ze Hem op zo’n ontspannen manier betrokken bij alles. Hetzelfde voor de koppels die hier bouwen aan de kerk en er zijn voor de zigeuners trouwens.
Dus… was ik liever voedsel en water gaan brengen aan de hongerige kindjes in Afrika? Nee. Dit werk is – op een andere manier – net zo hard nodig.

~

Wil je 24-7 Ibiza steunen? Kijk op http://www.24-7ibiza.com/get-involved voor meer informatie.


 

Why am I not ‘just’ going to help the hungry children in Africa? A thought I had for a moment before going to Ibiza. My roommate told me about a discussion below a Youtubemovie of a Christian version of the much-discussed Dutch song ‘Child of the Devil’, which with the new lyrics became ‘Follower of Jesus’. A few happy Christians reacted positive on this new version, but many people were negative. The cynical question “Oh, are those Christians also coming to metal concerts, because that’s sometimes satanic too” came up. Yes, they do. They come with a van and bring coffee and tea for free. When the Youtube commentators (not sure it’s an English word, but you know what I mean) made fun of that too, I thought: Seriously, what am I thinking going to Ibiza? Those party people certainly won’t be happy with us well-meaning Christians disturbing their party. Giving food to hungry children in Africa or helping refugees seems to be a lot more important. But… I already had signed up for the short term team at 24-7 Ibiza. And I already was made curious because of the enthusiasm of a member of my committee of N.S.U. (Navigators student group) who had been in Ibiza last year.

~

The day after we arrived at the island we met the long termers (those who are for 2-4 months working for 24-7 Ibiza) and the people who are here permanently, at least for 3 years. Nice people. During the very long introduction we got to the point ‘relationships’. Here it is about serving God, not searching for a partner. And when you already have a relationship… Gijs and I gave the team a semi apologetical look “Sorry, guys…” They already knew; and they were okay with it if our main focus remained on the team. The second week, when we came back after our first hour on the street together, one of the first things Gijs said back in the prayer room, very proudly: “And we didn’t even kiss!” Yes, yes, we followed the rules.

~

Back to the first night. 24-7 Ibiza started here 16 years ago and that’s something you notice. Out of nowhere a double kiss or a friendly look of one of the workers was very normal. So apparently we are not so ‘unwanted’ as I first thought. Despite of the positive and relaxed atmosphere at 24-7, the first nights I still had the idea of having to perform. I’m used to clear tasks with a purpose, so it took a while before I not only knew but also understood that ‘sharing Gods love’ was not all about talking as much as possible about God, giving out Bibles or praying for people. It was just as much a smile or a little dance on the street. Giving a bottle of water to someone who had too much to drink. When that pressure was gone, I started more to enjoy what we did on the streets. Also the ‘breathe in, breathe out’ principle, first an hour in the prayer room and then an hour on the street, I started to appreciate more. Before we went out on the streets we were divided in pairs. The first week we mostly were paired together with a long termer, in the second week we were also paired with people of our own team. The other half stayed in the centre to pray and went out on the streets the hour after that. Almost every hour on the street was with a different person of the 24-7 team, and I really liked that. One person could shift the conversation with a ‘nonbelieving’ tourist in one minute to talking about God and praying really casually for that person in a way that tourist felt comfortable. The other gave big hugs to the often tired workers and made jokes with them. The one thing wasn’t better than the other, it was both inspiring. It was about trusting God and bringing joy or comfort, or whatever you thought the person you met needed. Because we prayed in between the hours of working on the street, you remembered why and for who(m) <– (choose the right one) you did this.

~

The first time I met a guy who had way too much drugs in his system, I truly was annoyed. We wanted to bring him back to his hotel, but he was way too busy with clashing into everybody who was walking on the street, to let us help him. When he began hugging me and after a while started to kiss my neck, I immediately pushed him away. Happy to be paired with a long termer who called a man of our team for extra help and sending me back to the centre of 24-7. But I also thought it was stupid that I was so annoyed with that guy and that I couldn’t help him at that moment. That was a good thing of the prayer room. That you could briefly share your experiences before you were going to pray together again. A teammate said that it wasn’t so stupid to sometimes be annoyed when someone behaves stupidly and another person said that ‘being there’ and praying for the guy was also necessary. Sometimes you don’t see the results and you are not appreciated by the people you (try) to help. Sometimes you get the feeling that you don’t make a difference on The West End (the party street on San Antonio). But every night we went out there were clearly things that God worked through. The openness of people on the streets about things that hurt them, things they often wanted prayer for. Helping a drunk French guy to a taxi with my Dutch teammate who – apparently – spoke French fluently. Setting just one step out of the centre and meeting a desperate, lost girl who had prayed for help the whole night. I was surprised about Gods timing. Of course there were nights were you didn’t experience ‘something special’. But the good thing was that it wasn’t about the most special story. When something special happened, it was shared with the group and we thanked God for it. Giving ourselves a pat on the back wasn’t a part of our job. Except when Gijs and I were out for an hour on the streets without kissing. Kidding.

~

What I learned most from 24-7 Ibiza is praying and trusting God. And that there is not one formula of how Gods love works, but that it works in thousands of ways. I have learned to pray for everything I see happening on the streets, for the painful or beautiful stories people have told me, for wisdom. And to trust that God works through us and that when we won’t see the people we spoke to on the streets again, He won’t leave them. I really loved the team and the people of 24-7 who stay longer in Ibiza. I love their passion for the island and the love for the workers, the people who live there and the tourists. I got inspired by their trust in God and that they involved Him so naturally in their everyday lives. The same for the couples building the church here and being there for the gypsies, by the way.

So… would I preferred bringing food and water to the hungry children in Africa? No. The work on this island is – in another way – just as necessary.

~

Do you want to support 24-7 Ibiza? Look at http://www.24-7ibiza.com/get-involved for more information.

 

Wintermijmering

Donker. Het gevoel alsof je de enige op de wereld bent die wakker is. Kou. De gure wind die je hele lichaam doet verkleumen. Sneeuwvlokken die ontdooien in je gezicht. Het onbetrouwbare gladde ijs. Tintelingen als je van buiten naar binnen stapt. Maar ook knusse winteravonden. Een grote kop chocolademelk bij de open haard. Of thee en dan uren bijkletsen met m’n moeder. Samen met m’n man film kijken en dan een dekentje erbij. Voor het raam zitten en naar de ontelbare sneeuwvlokken staren. Een wondere witte wereld, alsof je in een sprookje bent beland. Een prachtig roodborstje die opvalt.

Ik heb altijd van de winter gehouden. Ik vond het nooit erg als het eerder donker werd en later licht. Fijn om mijn wollen winterjas, warme sjaal en zachte wanten weer uit de kast te mogen trekken. Met Sander naar de bevroren stadsvijver te gaan om rondjes te schaatsen. Om daarna eindeloos warme chocomel met slagroom te drinken in het tentje waar we ooit onze eerste date hadden. Het leek altijd of er met het komen van de winter meer gezelligheid kwam. Sinterklaas, kerst en oud en nieuw vieren met familie. Lichtjes. Samen zijn. Feest vieren. Cadeautjes kopen en krijgen. Ouderwetse spelletjes spelen. Het contrast van het koude weer met de warme sfeer was altijd iets waar ik me over verwonderde.

Maar deze winter is anders. Deze winter brengt geen warme sfeer meer met zich mee. De kerstlichtjes in de stad zien er niet meer zo vrolijk uit. Het roodborstje in de sneeuw valt me niet op. Warme chocomel maakt me misselijk. Ik heb geen zin meer om cadeautjes te kopen. Ik irriteer me aan de gure wind die mijn gedachten nog kouder maakt. Mijn bed wil ik niet meer uit. Alles wat maakte dat ik van de winter hield, frustreert nu alleen maar. Ik kan er niks aan doen.

Vorig jaar december. Tussen sinterklaas en kerst hadden Sander en ik nog iets anders te vieren. Ik had er niet aan gedacht, hij wel. “Lara, morgen na je werk heb je een afspraakje met mij.” Hij zei het met de twinkeling in z’n ogen waar ik jaren geleden zo voor gevallen ben. Toen ik vroeg waarom, keek hij me quasi boos aan, kuste me, maar antwoordde niet. Pas de volgende dag, toen ik halverwege mijn werkdag even de tijd checkte en de datum zag staan wist ik het. Hoofdschuddend bedenk ik me dat Sander duidelijk de romanticus is van ons twee. Ik kan het vast nog een beetje goed maken door de rode jurk aan te trekken en de hakken die hij zo mooi vindt. Twee en half jaar getrouwd… En nog steeds heerlijk om samen te zijn. Ruim negen jaar geleden leerde ik hem kennen met stijldansles. Hilarisch. Ik moest van m’n moeder en hij voor een schoolgala. We werden aan elkaar gekoppeld en waren meer aan het lachen dan dansen. Twee lessen daarna moesten we switchen van koppel, omdat we te stuntelig waren samen. Maar dat was ook de les waar hij aan me vroeg of ik van schaatsen en warme chocomel hield. Ik glimlach bij de herinnering en word opgeschrikt door de telefoon. Aan het werk.

Sander zit alweer verdiept in een boek als ik eindelijk klaar ben om te gaan. Toen we nog aan het daten waren stond hij altijd te wachten in de gang, maar al snel leerde hij dat hij z’n tijd net zo goed beter kon gebruiken. Ik ben echt geen ijdeltuit, alleen als ik er écht mooi uit wil zien. Vanavond is zo’n avond. Hij kijkt op en kijkt me verliefd aan. “Je bent de mooiste vrouw van de wereld.” Hij loopt naar me toe, kust me in m’n nek en fluistert dan “en door je rode jurk heb ik je al helemaal vergeven dat je het was vergeten.” We moeten lachen en ik kus hem terug. Fijn dat mannen zo ongecompliceerd kunnen zijn.
Die avond was een heerlijke avond. Sander had een sfeervol restaurantje uitgekozen, we dronken goede rode wijn en raakten niet uitgepraat over de herinneringen van onze bruiloft. De beloftes die we naar elkaar uit spraken, de mooie speeches tijdens het eten, de grappige stukjes met onder andere een toneelstukje waarin m’n broer en zijn zus ons stuntelige stijldansen perfect na wisten te doen. We zagen het weer voor ons en konden niet stoppen met lachen. Gelukkig was onze openingsdans iets beter.

Dagdromend zit ik voor me uit te staren. Ik heb mezelf naar buiten gesleept, naar het tentje bij de stadsvijver en kijk langs de grote mok chocomel heen naar schaatsende kinderen. Vandaag hoef ik er niet aan herinnerd te worden welke dag het is, maar ik blijf liever denken aan vorig jaar. “Mevrouw, gaat het wel?” Zonder dat ik het doorhad is de oude man met de grote snor die wat verderop zat naar mijn tafeltje gelopen en kijkt me met een bezorgde blik aan. Hij reikt me een papieren zakdoekje aan. Nu pas voel ik dat m’n wangen nat zijn. Ik veeg mijn tranen weg en probeer de man ervan te verzekeren dat alles prima gaat. Een beetje onbeholpen schuifelt hij even later weer terug naar z’n plek. Geschreeuw van buiten doet me opschrikken. Ik zie de schaatsende kinderen niet meer, alleen maar Sander. Het is donker, niemand hoort hem. Niemand ziet dat hij steeds verder wegzakt. Machteloos voel ik me. Ik ril van de ijzige kou die jij gevoeld moet hebben. Waarom was er niemand? Waarom was ik er niet?

Ik heb altijd van de winter gehouden. Totdat de winter jou van me wegnam.

Emily, 21

Vandaag was de dag dat ze eindelijk het muffe huisje uit mocht. Eindelijk weer naar buiten, waar de geur van vers gras en het gezang van vogels haar stemming meteen een stuk lichter maakte. De gedachte aan het gesprek met de politie nog even opzij duwend, plaatsmakend voor het idee dat ze het gezin weer zou zien dat ze zo had gemist.

Vanaf het moment dat Fabian de deur van het schemerige huisje op slot had gedaan en de spullen in de auto geladen had, veranderde de sfeer tussen hen. Het werd oprecht vriendschappelijk. Misschien wel zoals het voor haar ongeluk altijd was geweest.Bij het ontbijt had hij haar nog eens uitgelegd dat hij geen andere manier had kunnen bedenken om tot haar door te dringen dan door haar mee te nemen naar deze rustige plek. Waar ze wel naar hem moest luisteren en geen kant op kon. Emily bleef het onzinnig vinden. Ondanks de misverstanden die er tussen haar en Fabian bestonden, hadden ze hier best zonder ontvoering over kunnen praten. Aan de andere kant begreep ze dat hij verwacht had dat ze de periode met Daan voorgoed wilde afsluiten zonder contact te willen met wie dan ook haar aan hem zou doen herinneren. En ze snapte dat Fabian een heel andere Emily kende dan het meisje dat ze nu was. Dus beloofde ze hem dat ze deze week niet zou zien als een ontvoering, maar als een paar dagen weg met een goede vriend.

De autorit was weliswaar gezellig, meezingend met de laatste top 40 liedjes en met luchtige gesprekjes tussendoor. Een sterk contrast met de dagen ervoor.
Ze zag Fabian grinniken.
‘Waar lach je om?’
Even keek hij haar aan met lichtjes in zijn ogen, nog steeds dezelfde lach op z’n gezicht. Z’n ogen weer gericht op de weg voor hen.
‘Dit liedje en jouw gezang doen me ergens aan denken. Een dubbeldate met jou, Daan en Sarah.’
Ze wilde dat er een belletje ging rinkelen, maar dat gebeurde niet. Hij merkte het aan haar reactie en vertelde verder.
‘Ik had een crush op dat meisje, maar eigenlijk was ze vreselijk arrogant en jaloers. Ook al had ze een perfect figuur…’
Emily moest lachen. ‘Hé, je dwaalt af.’
‘We zaten met z’n vieren in de auto en dit liedje kwam op. Hij was al veel te vaak op de radio geweest dus iedereen kende de tekst, en jij kwam met het geweldige idee één voor één een couplet ervan te zingen.’
Zijn sarcastische ondertoon maakte haar aan het lachen.
‘Had ook iets te maken met de wijntjes van daarvoor geloof ik,’ plaagde hij haar. ‘In ieder geval, jij begon. Helemaal in je element, en je kan ook best prima zingen trouwens. Ik en Daan deden ook leuk mee, tot Sarah aan de beurt was…’
‘Oh, oh…’ Emily voelde de bui al hangen.
Fabian moest weer lachen. ‘Zo’n perfect ogend meisje, maar wat was het vals. Kne tter vals.’
‘Net goed voor haar ego.’
‘Hé! Dat is precies wat je toen in m’n oor fluisterde.’
Dat maakte Emily even stil, bevestigde het idee dat Fabian en zij nu weer vrienden leken te zijn.
‘Kwam er pas achter dat ze niet het juiste meisje was toen ze in plaats van mee te lopen naar het restaurant een hele andere kant op liep en schreeuwde dat ze zich uitgelachen voelde en dat ze veel beter verdiende.’
Fabian schudde zijn hoofd. ‘Over haar heb je vanaf het begin gelijk gehad.’
Emily werd nieuwsgierig. ‘Hoe lang heb je met haar gedate dan?’
‘Die ene autorit.’ Hij keek haar nonchalant aan. ‘Maar jij vond haar al vanaf dat we instapten niets voor mij.’

Ze glimlachte en ging wat meer onderuitgezakt zitten. De onbezorgde sfeer tussen hen maakte dat ze kon ontspannen. Ze wist niet hoe lang ze al hadden gereden, wel dat ze niet langer dan een halfuur moesten voor ze bij het politiebureau kwamen. Gek genoeg was ze niet zenuwachtig meer. Fabian had haar vanochtend de tijd gegeven om zich uitgebreid te douchen en hij had haar kleren van de eerste dag gewassen zodat ze niet in zijn joggingbroek haar verhaal hoefde te doen. Ze zou alleen naar binnen gaan en de politie vertellen wat er was gebeurd. Hij zou op haar wachten en haar dan bij De Roozendaals afzetten.

Er vlogen allerlei gedachten door haar hoofd. Het gesprek straks zou symbool staan voor het afsluiten van de periode met Daan, zodat ze helemaal vrij was om opnieuw te beginnen. Iets dat ze na haar ongeluk eigenlijk al gedaan had. Maar nu was ze zeker van één ding. Ze had geen vriend meer. En ze kon niet wachten om Thomas weer te zien.

Emily, 20

Fabian keek haar schuin aan en glimlachte verontschuldigend.
‘Ik wou gewoon testen of je echt geheugenverlies had.’
Emily voelde zowel opluchting over zijn simpele verklaring als een lichte verontwaardiging.
‘Ik heb de hele nacht wakker gelegen, mezelf overtuigend dat ik geen moordenaar kón zijn. Tactisch van je.’
Schouderophalend zei Fabian dat het in ieder geval had gewerkt.

Er viel een stilte. Als vanzelf viel Emily’s blik op het uitzicht buiten. De groene heuvels met de paar bomen begonnen haar te vervelen. Ze kreeg het idee dat ze hier al maanden zat in plaats van dagen. Ook al begon ze Fabian iets meer als vriend te zien dan als vijand, hij bepaalde nog steeds wat er gebeurde. En dat was ze zat.
‘Kan ik gaan?’
Hij keek op van haar plotse vraag.
‘Ik dacht eraan om morgen terug te rijden en onderweg te stoppen bij het politiebureau.’
‘Zodat ik jou kan aangeven voor ontvoering?’
Hij schrok, maar herkende snel haar plagende ondertoon.
Toch werd ze serieus. ‘Had dit echt niet op een andere manier gekund?’
Zijn donkere ogen keken haar voor een paar seconden intens aan.
‘Sorry. De politie leek mijn verhaal niet te geloven, ik had je nodig maar kon je nergens vinden. Tot ik erachter kwam dat je een nieuw leven was begonnen met je eigen nieuwe familie. Ik dacht dat je bewust je verleden had afgesloten en je niets meer met Daan en mij te maken wilde hebben. Laat staan getuigen tegenover de politie van zijn zelfmoord. Dus nee, ik zag geen andere manier om je te overtuigen.’
De situatie werd er niet minder bizar om, maar ze had geen behoefte om er moeilijk over te doen. Hij had haar immers een deel van haar herinneringen teruggegeven. Morgen zou ze getuigen van Daans zelfmoord en kon ze weer terug naar De Roozendaals. Iets dat nog helemaal niet tot haar doordrong. De afgelopen dagen waren zo’n achtbaan geweest van emoties.

‘Hoe heb je er trouwens voor gezorgd dat De Roozendaals me niet hebben gezocht?’
Het duurde even voor hij antwoordde. Voor hem leken die paar dagen waarschijnlijk net zo lang geleden als voor haar.
‘Ik heb een briefje geschreven. Dat het je speet maar je een oude vriend was tegengekomen en een tijdje bij hem zou blijven om zoveel mogelijk te weten te komen over vroeger. En dat je binnen een week terug zou zijn.’
‘In feite niet eens gelogen, dus.’
Emily vroeg zich af wat ze hen zou vertellen. Er was nooit iets geweest om oneerlijk over te zijn, tenminste niet echt. De eerlijkheid die er tussen hen en haar bestond was ze in die paar maanden gewoon gaan vinden. Ze kon zich niet voorstellen dat ze thuis zou komen en zou doen alsof dit inderdaad gewoon een vriendenbezoekje was geweest. Ondanks dat ze blij was dat er een gat in haar geheugen was opgevuld, was de manier waarop slopend geweest. Dat moest ze bij iemand kwijt. In ieder geval bij Thomas.

Weer keek hij haar op die intense manier aan als een paar minuten tevoren.
‘Inderdaad, niet gelogen. Dus ik zou het fijn vinden als je je aan dat verhaal houdt, Emmy.’

Emily, 19

‘We gingen zitten en ik vroeg of jij eerst je verhaal wilde vertellen en daarna hij.’
Ging Fabian verder.
‘Ik wilde dat jullie een oplossing zouden vinden, en ik geloofde dat het kon. Tenminste, als Daan zou inzien dat je meer vrijheid nodig had en dat liefde ook met vertrouwen te maken had. Je begon met vertellen, Em. Eerlijk en rustig.’
Emily probeerde het zich voor te stellen. Na een ruzie die bijna uit de hand gelopen was, konden ze praten. Ze had waarschijnlijk verteld hoe geïsoleerd ze zich had gevoeld. Dat ze haar familie en vrienden miste. Haar studie misschien. En dat ze het nog een kans wilde geven als Daan haar zou vertrouwen in plaats van gevangen te zetten in hun eigen huis.

‘Hij luisterde. Tot je zei dat je zonder verandering niet meer verder wilde. De woede van eerder kwam nog erger terug. Hij stond op, gooide zijn stoel door de kamer, griste voor ik het doorhad het pistool uit mijn handen en liep op je af. Schreeuwde dat jij niet degene was die mocht bepalen of het over was. Dat je door dat te zeggen zijn vertrouwen had verspeelt.’
Emily luisterde hoofdschuddend. Ze voelde een koude rilling door haar lichaam trekken. Hoe Daan ook dood was gegaan, het was beter zo.
‘Maar hij durfde niet te schieten. Ik vroeg hem het pistool neer te leggen maar dat deed hij ook niet. Dus weer probeerde ik het af te pakken, we raakten in een gevecht. Al zijn woede gericht op mij in plaats van jou. Uiteindelijk had hij me. Ik lag op de grond en hij zat bovenop. Wurgde me.’
‘Waarom wurgen als hij ook kon schieten?’
‘Ik weet niet meer hoe, maar het pistool had hij niet meer. Ik dacht echt dat het over was. Tot hij opkeek naar jou, die huilend zijn handen weg probeerde te trekken. Weer leek hij dat moment te hebben waarin hij besefte…’
Dat hij zijn eigen vriendin en beste vriend bijna vermoordde? Emily begreep waarom Fabian die zin niet wilde afmaken.
‘Hij keek jou aan en toen mij. Zei dat het hem speet en pakte het pistool dat verderop op de grond was gesmeten. Toen schoot hij zichzelf dood.’
Emily wist niet wat ze moest zeggen.
‘Je was in paniek en zei dat je weg wilde. Dat je niet langer in dit huis kon zijn. Het lukte me niet om je rustig te maken. Je moest weg, maar wilde niet met mij mee naar huis. Ik heb gezegd dat je mocht gaan maar moest opletten op de weg.’
Fabian schudde zijn hoofd.
‘Ik had moeten weten dat je niet normaal kon rijden. Ik had moeten weten dat het tot een ongeluk zou leiden… Het spijt me.’
Emily wist niet wat ze moest zeggen. Het grote vraagteken waardoor ze een ongeluk had gehad en ze drie weken in coma had gelegen was opgelost. Ze was inderdaad overstuur de weg opgegaan, zoals ze vanaf het begin had gedacht. Alleen nu wist ze waardoor. Een ding klopte niet aan Fabians verhaal.

‘Waarom zei je eerst dat ik degene was die hem had vermoord?’

Emily, 18

Het was duidelijk dat Fabian het niet makkelijk vond om in detail te vertellen wat er die bizarre avond was gebeurd. Maar Emily vond dat de stilte lang genoeg geduurd had en herhaalde haar vraag. Ze kon niet langer wachten op het vervolg van zijn verhaal. Daan was tierend met een pistool op haar afgekomen en Fabian was woedend geworden op zijn vriend. Van het idee dat hij zijn eigen vriendin wilde neerschieten.
‘Fabian? Wat heb je toen gedaan?’
Hij zuchtte en vertelde verder.
‘Ik kwam tussen jou en Daan instaan en probeerde het pistool af te pakken. Dat wekte alleen maar nog meer frustratie bij hem op.’
Hoofdschuddend keek hij haar aan.
‘Ik wist dat hij die agressieve kant had, maar ik had hem nog nooit zo gezien. Alsof hij maar één doel had, jou aan niemand anders kwijtraken. Doordat je gezegd had dat je je relatie met hem was gaan haten was de knop omgegaan. Zo bang dat je weg zou gaan dat hij je liever…’
Fabian wilde z’n zin niet afmaken en hoewel Emily merkte dat hij Daan die avond niet had begrepen, liet zijn stem oprecht medelijden doorklinken.
‘Uiteindelijk lukte het, Em. Ik had zijn pistool. Hij leek de waanzin in te zien en werd rustiger. Ook jij leek minder angstig te worden. Ik vroeg of jullie wilden gaan zitten en het samen konden uitpraten, met mij erbij.’

Het leek een goede afloop. Het pistool was niet meer in Daans handen en Fabian was erbij om ervoor te zorgen dat het niet weer uit de hand zou lopen. Maar Emily wist dat het anders afliep. Alsof ze het eerste boek uit een serie las waarvan ze de andere delen al kende. Met het grote verschil dat nu zij één van de hoofdpersonen was. Kort voelde ze de steek van frustratie over al haar herinneringen waar ze geen toegang meer tot had en misschien nooit zou krijgen. Haar ongeduld won het en ze keek Fabian weer vragend aan. Hij moest haar vertellen hoe die ogenschijnlijke goede afloop van die avond was veranderd in een drama.

Emily, 17

Maar hoe goed Emily zijn verhaal ook volgde, zijn gezichtsuitdrukking bij ieder woord bestudeerde en aandachtig luisterde naar zijn stem, hij loog niet. Fabian had Daan niet vermoord. Alleen was er een ding anders aan zijn verhaal. Wat maakte dat ze weer normaal kon ademhalen.
‘Ik had ruzie met Daan over jou. Zei dat ie je meer vrijheid moest geven, hij je moest vertrouwen in plaats van opsluiten.’
Fabian liet een stilte vallen en leek terug te denken aan die herinnering.
Emily wilde alles weten, maar wist dat ze hem niet moest pushen.
‘Daan had nogal een temperament, maar jij ook. Dat laatste leerde ik die avond.’
Een onbehaaglijk gevoel kroop over haar heen. Ze wilde niet weer horen dat ze Daan had neergeschoten.
Fabian vertelde verder.
‘Je had blijkbaar meegeluisterd en er was een knop bij je omgegaan. Je stormde de woonkamer binnen, op Daan af. Je schreeuwde dat ik gelijk had en dat je het niet meer pikte, dat je weg wilde en je relatie met hem was gaan haten. Je stoorde je totaal niet aan het feit dat ik ernaast stond.’
Emily probeerde zich de situatie voor te stellen. Ze vond zichzelf ontspannen, die als ze boos was dat op een rustige duidelijke manier zou uitleggen. Maar het leek erop dat Fabian de waarheid sprak. Ze kende zichzelf helemaal niet goed. Dat kan ook niet als je jezelf maar drie maanden kent. Fabian was nu de enige die haar meer kon vertellen, daar moest ze het mee doen.
‘Daan explodeerde. Hij was niet van je gewend dat je zo fel tegen hem inging. Hij deed toch leuke dingen met je? Hij nam je mee op geweldige reizen, jullie hadden een mooi huis, je had het recht niet om zo tegen hem te doen. En toen deed hij iets wat ik nooit van hem verwacht had.’
Het leek alsof ze de emoties van die avond weer kon voelen. Haar herinnering was weg, maar haar gevoelens waren er nog. Er trok een rilling over haar hele lijf.

‘Hij pakte het pistool uit een kastje in de keuken. Een pistool waarvan jij het bestaan niet eens vanaf wist. Nog steeds tierend over je ondankbaarheid stapte hij naar je toe. Je was bang en boos tegelijk, wilde niet vluchten maar durfde ook niet te blijven staan. Ik werd woedend op hem, Emily. Hij had ooit van je gehouden, maar het was een obsessie geworden. Hij was zo bang om je kwijt te raken dat hij je liever zou doodschieten. Iemand moest hem wakker schudden.’
Hoewel ze dit terughorend heel blij was dat Daan uit haar leven was, voelde ze ook een steek van medelijden. Hij had ooit van haar gehouden. Het was alleen te ver gegaan. Veel te ver.
‘Fabian, wat heb je toen gedaan?’

Emily, 16

Emily’s dromen werden abrupt gestopt door een koude washand die haar gezicht nat maakte. Haar verdwaasde blik maakte plaats voor een boze frons.
‘Moet dit?’
Fabian keek haar verontschuldigend aan.
‘Ik kon je niet wakker krijgen.’
Door de gordijnen scheen al licht, maar dat zei niet zoveel. Het was nog steeds zomer.
‘Hoe laat is het?’
‘Doet er niet toe.’
Ze kon maar niet wennen aan Fabians stemmingswisselingen. Genoeg momenten liet hij zien dat hij met haar meeleefde en haar niets wilde doen. Maar nog vaker deed hij chagrijnig of bazig. Ze vroeg zich af hoe hun vriendschap was voor ze het ongeluk had gekregen.
Hij knikte naar de gedekte tafel.
‘Het ontbijt staat klaar, kom je?’

Dat was nieuw, meestal aten ze apart.
Voor ze naar de tafel liep, keerde ze zich naar het raam en deed de donkerrode gordijnen open. Fabian hield haar niet tegen en was al aan tafel gaan zitten. Zo bleef ze een paar lange seconden staan. Het uitzicht was mooi, maar het gaf haar ook een verloren gevoel. Nergens zag ze een teken van leven. Alleen groen gras op de heuvels, bomen en een blauwe lucht. Toen draaide ze zich om en keek recht in Fabians donkere ogen. Hij zag er netter uit dan anders. Zijn witte blouse stak af tegen z’n gebruinde huid. Voor het eerst merkte ze op dat hij iets aantrekkelijks had. Toch interesseerde het haar niet dat ze er zelf onverzorgd uitzag, met de trainingsbroek en het te grote shirt dat ze van hem had geleend. Ze ging tegenover hem zitten, zijn blik vasthoudend.
Voor ze een hap had genomen moest ze het vragen.
‘Wat wil je nou echt van me?’
Hij schrok niet van haar directheid. Leek erop voorbereid.
‘Ik wil dat we hetzelfde verhaal over Daan tegen de politie vertellen. Een getuige is niet genoeg.’
Het laatste waar ze over wilde praten of denken was Daan. Maar dat was waarschijnlijk de enige reden dat Fabian haar had ontvoerd. Als ze hier weg wilde moest ze wel.
‘Vertel me precies hoe het is gegaan.’
Ze boog een beetje naar hem toe, wilde aandachtig luisteren naar wat hij te vertellen had. Zo aandachtig dat ze het door zou hebben als hij loog. Als hij weg zou kijken, te lang nadacht of andere zenuwachtige trekjes liet zien zou ze het zeker weten. Hij had Daan vermoord in plaats van zij.